IMPASSE GEMEENTE EN WINKELIERS OPGELOST

Geschreven door Marien Stoel

IMPASSE OVER STRUCTUURVISIE DETAILHANDEL OPGELOST

Wijk bij Duurstede, 26 maart 2013. Nadat de gemeente door een adviesbureau een concept-structuurvisie detailhandel had laten opstellen werd er in juli 2012 een informatieavond belegd. Deze visie beschrijft voor de lange termijn (10 tot 15 jaar) hoe het winkelbestand er in de gemeente uit zou moeten gaan zien.

Controle gegevens

Tijdens de informatieavond in juli 2012 kwamen er veel emoties los omdat de plannen (grote) gevolgen hebben voor de inkomsten van verschillende ondernemers. De ondernemers spraken openlijk hun wantrouwen uit over de door het adviesbureau gebruikte informatie. Wethouder Peek zegde toe de door het adviesbureau gehanteerde gegevens te zullen controleren. De uitkomsten van dit onderzoek werden per brief bekend gesteld.

Bemiddeling

Na verzending van de brief bleek bij de klankbordgroep onvrede te zijn over de manier waarop de gemeente op inbreng van de klankbordgroep reageert. Door emotionele onvrede werd het voeren van een inhoudelijk gesprek over de concept-structuurvisie detailhandel bemoeilijkt. Om de impasse te doorbreken werd een bemiddelaar gezocht. Gedurende de periode dat de gesprekken door de bemiddelaar werden gevoerd, lag de concept-structuurvisie detailhandel niet ter inzage. Het CDA liet via een persbericht weten hoe zij in de discussie over winkelcentrum ‘de Heul’ staan.

Hobbels genomen

Uit schriftelijke vragen van de PCG blijkt dat de impasse tussen gemeente en winkeliers doorbroken is. Wethouder Peek antwoordt op schriftelijke vragen: “De impasse die tussen gemeente en winkeliers was ontstaan is doorbroken. Er is sprake van hersteld vertrouwen. In januari zijn de inhoudelijke gesprekken met de winkeliers weer hervat.”

Nieuwe structuur visie detailhandel

Op de vraag of het college inmiddels een besluit heeft genomen over de concept-structuurvisie detailhandelsnota antwoordt Peek: “Nee, het college van Burgemeester en Wethouders heeft nog geen besluit genomen over de concept-structuurvisie detailhandel. Naar verwachting vindt besluitvorming rond de zomer plaats. De gemeenteraad zal voor de besluitvorming in de raad nog geconsulteerd worden over de herziene versie van de structuurvisie detailhandel.”

RAADSLEDEN VOELEN ZICH NIET SERIEUS GENOMEN

Geschreven door Marien Stoel

Wijk bij Duurstede , 17 maart 2013. Afgelopen weken hebben de gemeenteraadsleden Jan Oechies (SP) en Hans Marchal (PCG) schriftelijke vragen gesteld aan het college over de mogelijke ontwikkeling van het landgoed ‘Nieuw Domensteyn’ in Langbroek. Het gaat om plannen met gevolgen voor de omgeving. Bewoners rond het perceel van ongeveer 11 hectare worden geconfronteerd met bouwplannen ter grote van 3.600 kubieke meter. Die plannen bestaan al geruime tijd en de betrokkenheid van de mensen uit de buurt en de raad is minimaal geweest. “Eigenlijk krijgen we nu vooral nietszeggende antwoorden” laten de raadsleden weten.

Antwoorden wethouder

Uit de antwoorden van verantwoordelijk wethouder Robbert Peek op de vragen blijkt dat de eerste plannen voor het landgoed dateren van 2009. Medio 2012 heeft het college aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de uitwerking van de plannen en de realisatie van de nieuwe bebouwing in het buitengebied. “En dan krijgen we te horen dat het een mooi plan is en dat natuurontwikkeling mogelijk wordt gemaakt en er zelfs veel verschillende soorten grasland komen. Maar in alle eerlijkheid interesseert dat ons momenteel even niet. Het gaat ons erom waarom de gemeenteraad bij een plan met een dergelijke omvang niet eerder betrokken wordt. De wethouder geeft aan dat ‘het lastig is om te beoordelen wanneer de raad bij een principeverzoek betrokken moet worden’. En als antwoord op de vraag naar inspraak zegt de wethouder dat dit een verantwoordelijkheid is van de initiatiefnemer. Dat vinden we niet kunnen. De wethouder loopt inmiddels lang genoeg mee om de juiste inschatting te kunnen maken,” laten Oechies en Marchal weten.

Horeca?

“Ook is gevraagd of dit nieuwe landgoed dezelfde rechten krijgt ten aanzien van bijvoorbeeld horeca als de historische landgoederen langs de Langbroekerdijk. Ook hier komt een vaag en ontwijkend antwoord op. Dit geldt eveneens voor vragen omtrent de structuurnota buitengebied die afgelopen najaar is de gemeenteraad is besproken en waarbij de verantwoordelijk wethouder met geen woord heeft gerept over ‘Nieuw Domensteyn’. Conclusie: we voelen ons niet serieus genomen,” besluiten Oechies en Marchal.

Bespreekpunt raad

Naar aanleiding van de gestelde vragen en de ontvangen antwoorden hebben PCG en SP de agendacommissie schriftelijk gevraagd om de landgoedontwikkeling ‘Nieuw Domensteyn’ binnenkort als bespreekpunt te noteren voor de gemeenteraad. De raadslieden willen de onderste steen boven krijgen. Het is uiteindelijke aan de gemeenteraad om een besluit te nemen over de vaststelling van het bestemmingsplan.

PLANNEN OM EEN LANDGOED GENAAMD “NIEUW DOMENSTEYN”

Wijk bij Duurstede, 16 maart 2013.

Plannen om een landgoed genaamd “Nieuw Domensteyn” te realiseren aan de Langbroekerdijk ter hoogte van de perselen A34-36 dateren uit 2009. Recentelijke hebben de PCG en de SP na reacties van de inwoners over dit plan schriftelijk vragen gesteld aan het college. Een samenvatting van de antwoorden leest u hieronder.

Het plan

Het plan voorziet in de realisatie van 3 woningen, in combinatie met de sanering van het agrarisch bedrijf aan de Langbroekerdijk A34 en de ontwikkeling van ca 11 ha natuurgebied aan de zuidzijde van de Langbroekerdijk. Op het landgoed krijgt natuurontwikkeling nadrukkelijk de ruimte. Bestaande graslanden worden omgevormd tot soortenrijk grasland, een moerasgedeelte en hakhoutbos. Er is sprake van toename van natuurlijke habitats wat een grotere soortenrijkdom in flora en fauna tot gevolg zal hebben. Bij de planvorming is aansluiting gezocht op de karakteristieken en de sfeer van de bestaande landgoederen. Ook de recreatieve kwaliteiten van het gebied worden versterkt door aanleg van wandelpaden op het landgoed.

Geen horeca

Het bestemmingsplan voorziet niet in een rechtstreekse mogelijkheid om ter plaatse een horecafunctie te vestigen. Wel bestaat een wijzigingsbevoegdheid waarmee B&W het plan kunnen wijzigen, zodat de gebouwen op het landgoed kunnen worden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen, een kantoor, recreatie, kleinschalige horeca, zoals een theehuis of kleinschalige conferentie-accommodatie. Hiervoor gelden een aantal voorwaarden:

  • Met een bedrijfsplan of onderbouwing moet worden aangetoond dat de nieuwe functie in wezenlijke mate bijdraagt aan de instandhouding van het landgoed en daardoor de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
  • in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht mogen geen blijvend ongunstiger gevolgen ontstaan voor de omgeving;
  • er vindt geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaats;
  • er wordt voorzien in een zorgvuldige inpassing in het landschap;
  • er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

Kleinschalige activiteiten

Voor zowel de woningen aan de noordzijde als de woningen op het landgoed is in de regels de mogelijkheid opgenomen om bij afwijking bed and breakfast toe te staan. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • maximaal vijf bed & breakfast appartementen ten behoeve van de overnachting van in totaal maximaal 10 personen;
  • de oppervlakte per appartement bedraagt maximaal 30 m²;
  • de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid;
  • het gebruik leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische bedrijven;
  • het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast.

Overleg en informatie

Ten tijde van de behandeling van het principeverzoek (juni 2012) zag het college geen reden om een inspraakronde te organiseren. Het is bij dit soort particuliere initiatieven voor een groot deel aan de ontwikkelaar om draagvlak te creëren voor zijn plannen schrijft de wethouder. Het college heeft begrepen dat de ontwikkelaar in het voortraject en ook in de afgelopen weken verschillende gesprekken heeft gevoerd met omwonenden in de omgeving van het plangebied.

Vaststelling

Het ontwerp bestemmingsplan lag tot 13 maart ter inzage. Tijdens de terinzage legging kon iedereen zijn of haar zienswijze kenbaar maken op het plan. Eventuele zienswijzen worden betrokken bij de besluitvorming. Uiteindelijk is het aan de raad om een besluit te nemen over de vaststelling van het bestemmingsplan.