0,9 miljoen voor jonge boeren

Voor jonge boeren in de provincie Utrecht is 0,9 miljoen euro beschikbaar om extra investeringen in hun bedrijf te doen. In de periode van 1 maart tot en met 15 april kunnen zij een aanvraag indienen. Met deze regeling krijgen jonge boeren een steun in de rug om hun bedrijf te moderniseren of duurzamer te maken.

Het is dit jaar voor het eerst dat deze EU-regeling door de provincies wordt opengesteld. Voorheen lag dit bij het ministerie van Economische Zaken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om de  jonge landbouwers  te steunen: zij zorgen met hun bedrijven mede voor een vitaal landelijk gebied. Vandaar dat de provincie voor de helft uit eigen middelen bijdraagt aan deze regeling.

Er is gekozen voor een uniforme regeling (die in alle provincies gelijk is) met een relatief korte lijst  met 14 duurzame investeringen gericht op milieu, klimaatbestendigheid, dierenwelzijn, volks- en diergezondheid, ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit. Het gaat bijvoorbeeld om zonnepanelen,  precisiebemesting, mestvergister en varkensvriendelijke vloeren.

Informatiebijeenkomsten

LaMi (Landbouw en Milieu) organiseert  voor boeren in de provincie Utrecht twee informatiebijeenkomsten. De eerste bijeenkomst is op 1 maart in Hoeve Groot Zandbrink in Leusden en de tweede op 3 maart op het KTC Zegveld, beide bijeenkomsten inloop vanaf 19.30 uur. Meer informatie over de deze informatiebijeenkomsten staat op www.lami.nl

Voor meer informatie klikt u hier op de Site provincie Utrecht.

Vragen over aanbesteding Het Anker

PCG en SP hebben vragen gesteld over de aanbesteding van de Brede School Het Anker op het voormalige terrein van het Revius in de Horden. Met name gaat het beide fracties over ‘social return’ en de inzet van lokale ondernemers. Eerder liet de gemeente weten dat wel te willen maar gebonden te zijn aan voorgeschreven procedures en regelgeving. Dit gaf aanleiding tot diverse reacties van Wijkse aannemers en ook de fracties van de PCG en de SP PCG kregen reacties. Beide partijen willen daarom het naadje van de kous weten. Bron Wijksnieuws

PCG: Is er controle op fietsverlichting?

image-5713793Wijk bij Duurstede – De PCG maakt zich zorgen over de controle op fietsverlichting, vooral bij schoolgaande jeugd.

Als gevolg van de slechte verlichting ziet de automobilist de fietser pas op het allerlaatste moment, zeker in donkere en regenachtige dagen. Daarom stelt Marco Petri schriftelijke vragen aan het college van B&W. “De algemene staat van de fietsverlichting van ondermeer de schoolgaande jeugd is niet best. Ziet de gemeente het als haar taak om hier samen met de scholen en de politie wat aan te doen? Zo ja, wat kunt en wat wilt u eraan doen? De politie lijkt nauwelijks te controleren op geen of slechte fietsverlichting. Hoe vaak is er het afgelopen half jaar op gecontroleerd? Hoeveel bekeuringen zijn er uitgeschreven? Zou dit item niet veel meer een speerpunt van de politie moeten zijn?”

PCG stelt vragen over stand van zaken Bosscherwaarden

Gerrit Taute (PCG) heeft schriftelijke vragen aan het college gesteld met betrekking tot de stand van zaken over de Bosscherwaarden. Taute: ‘Recent hebben de fracties van het CDA en de SP vagen gesteld over de Bosscherwaarden. Uit de beantwoording van het college blijkt dat het toch al gecompliceerde dossier nog ingewikkelder is geworden. De planning loopt opnieuw fors vertraging op, alternatieven zijn lastig (i.v.m. grondposities en verdienmodel) en de financiële positie van de initiatiefnemer houdt ook niet over. De vraag leeft bij ons dan ook heel sterk of de voorgehouden ‘worst’, recreatie nabij de stad, daadwerkelijk haalbaar is. De PCG heeft tot nu toe het proces gesteund en ging daarbij vanuit dat er op korte termijn duidelijkheid zou komen. Daar lijkt het nu absoluut niet op en eigenlijk voelt onze fractie er niets voor dat dit dossier continue boven de markt hangt. Kan er niet op korte termijn een knoop worden doorgehakt?’

Schriftelijke vragen

Vraag 1: Hoeveel vertrouwen heeft het college nog in de (plannen van de) initiatiefnemer?

Antwoord van wethouder Marchal: ‘Het college heeft naar aanleiding van eerdere raadsvragen uiteengezet hoe de procedure verloopt en welke rol het college voor de gemeente ziet. Daarbij is tevens aangegeven dat het college van mening is dat het proces reeds lang duurt. De geactualiseerde planning, waarin vaststelling van de Milieu Effectenrapportage (MER) wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2017, en de eerdere termijnoverschrijdingen leidt tot onrust en schaadt het vertrouwen. Het college begrijpt dat de initiatiefnemer het tempo van zijn investeringen in het project moet afzetten tegen de omzet en het bedrijfsresultaat van activiteiten elders. Bij een groot project gaan de kosten nu eenmaal vaak voor de baten uit. Dat neemt echter niet weg dat enkele maanden geleden duidelijk is geworden dat de initiatiefnemer op zijn minst van één andere partij afhankelijk is voor het tempo waarmee investeringen kunnen worden gedaan. Deze op zichzelf niet ongebruikelijke constructie had het college graag eerder in het proces vernomen, zodat dit niet als een verrassing kwam. De portefeuillehouder heeft de initiatiefnemer hierop aangesproken en aangegeven dat dit bij het college zwaar weegt. De initiatiefnemer heeft aangegeven op korte termijn duidelijkheid te scheppen over de financieel-juridische constructie van de Bosscherwaarden B.V. Alle partijen (omwonenden, initiatiefnemer en gemeente) hebben baat bij duidelijkheid. Het college ziet, evenals de gemeenteraad, uit naar een inhoudelijke behandeling van dit onderwerp. Hiervoor is een samenhangend en overtuigend plan van aanpak noodzakelijk en een dergelijk plan is de eerste stap om het geschonden vertrouwen te herstellen. Op korte termijn wordt er door het college een harde datum gesteld wanneer dit plan op tafel moet liggen.’Vraag 2: De gemeente zit formeel niet aan de knoppen en is niet in de positie om de ‘stekker’ er uit te trekken. Als er gebrek aan vertrouwen is, kan het college wel duidelijk maken dat doorzetten van de vergunningprocedure weinig zin heeft. Is het college voornemens dit te doen?

Marchal antwoordt: ‘Op dit moment is het college niet voornemens deze stap te zetten. Het college is van mening dat met de initiatiefnemer afspraken zijn gemaakt om eerst alle gegevens en documenten te verzamelen en op te leveren alvorens een standpunt in te nemen. Hierbij gaat het om het inrichtingsplan, het uitvoeringsplan, de Milieu Effectenrapportage (MER) en een voorstel voor de maatschappelijke compensatie. Dat het opleveren van deze documenten meer tijd kost dan vooraf ingeschat is niet ongebruikelijk. Het is echter niet de eerste keer dat de planning doorschuift en het college wil dit onderwerp, gelet op de maatschappelijke consequenties, niet boven de markt laten hangen. Het college is voornemens een termijn te stellen aan de oplevering van de benodigde documenten. Er wordt nog onderzocht wat een reële termijn is maar dat er een ‘streep’ getrokken gaat worden moge duidelijk zijn.’

Vraag 3: De gemeente is al haar verplichtingen tot nu toe nagekomen. Stel dat het college aangeeft dat er geen vertrouwen meer is in het project, is de kans op schadevergoeding of claims dan aanwezig?

Antwoord van de wethouder: ‘Op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan iedere partij een verzoek om planologische medewerking bij het gemeentebestuur indienen en dient de gemeente dit verzoek zonder vooringenomenheid te behandelen. De initiatiefnemer heeft reeds flink geïnvesteerd in de voorbereiding en daarbij de kaders die door de gemeente zijn opgenomen in de Visie Rivierfront in acht genomen. Hoewel nadrukkelijk is aangegeven dat de gemeente door medewerking aan het opstellen van het inrichtingsplan zich op geen enkele manier bindt aan de plannen van de initiatiefnemer, kan een versneld gemeentelijke standpunt dat niet goed wordt gemotiveerd wel degelijk worden aangemerkt als een onzorgvuldig genomen besluit. Mogelijk vloeit daaruit ook schadeverhaal door de initiatiefnemer voort, omdat in ieder geval de verwachting is gewekt dat een standpunt niet eerder wordt ingenomen dan nadat alle benodigde gegevens zijn aangeleverd.’

PCG stelt vragen over prijsverhoging Veer

Recent stelde Marco Petri (PCG) schriftelijke vragen over tariefsverhoging van de Wijkse pont. ‘Enige jaren terug is de Wijkse pont overgenomen door een ondernemer (Ton Paulus). Voor de gebruikers van de pont is er de afgelopen jaren nauwelijks iets veranderd of zijn er begrijpelijke kleine prijsverhogingen doorgevoerd. Naar nu blijkt is de veelgebruikte 40 rittenkaart ad € 57,-. vanaf 1 januari jl. uit de verkoop genomen. Alleen een 25 rittenpontkaart kan nu nog aangeschaft worden ad € 42,-. Dit is een prijsverhoging van 18 %. Meerdere personen hebben de PCG fractie hierover benaderd of dit zomaar kan. Te meer omdat er geen alternatief is behalve omrijden over de brug bij Rhenen wat ongewenste extra milieubelasting met zich meebrengt. Bij de pont van Beusichem, ook van dezelfde ondernemer, heb ik vernomen dat een fietskaart 22,1 % in prijs is gestegen en een autokaart 12 % duurder is geworden.’

Schriftelijke vragen

Vraag 1: Onder welke voorwaarden, met name met betrekking tot afspraken over kostenstijging van de oversteek, is destijds de Wijkse pont geprivatiseerd en overgenomen?

Antwoord wethouder Marchal: ‘De verkoop van de voormalige gemeentelijke veerpont per 1.1.2014 geschiedde onder een aantal voorwaarden, waaronder:

De eigenaar/exploitant is (na twee jaar) vrij in het bepalen van de tarieven met uitzondering van de tarieven voor voetgangers, fietsers en landbouwverkeer. Voor deze genoemde tariefsverhogingen is vooraf toestemming nodig van het college.
Jaarlijks moet de eigenaar/exploitant een door een accountant goedgekeurde jaarrekening overleggen aan het college in verband met de gewenste continuïteit van de veerexploitatie.

Vraag 2: Heeft de gemeente ‘drukmiddelen’ om de verhoging (deels) terug te draaien? Bent u bereid in gesprek te gaan met de ondernemer om de 40 rittenpontkaart weer terug in de verkoop te laten nemen om de exorbitante prijsverhoging enigszins te niet te doen?

Marchal antwoordt: ‘In april 2014 heeft ons college toestemming verleend om de 40-rittenkaarten en 12- rittenkaarten te vervangen voor 25-rittenkaarten. Dat zou gepaard gaan met een gering prijsverschil per overtocht. Wij hebben de raad daar door middel van een memo van in kennis gesteld. De aanpassing naar 25-rittenkaarten is pas per 1.1.2016 ingegaan, waarbij sprake blijkt te zijn van een forse prijsverhoging per overtocht voor de gebruikers van de 25- rittenkaart. Formeel bestaat de mogelijkheid om toestemming te weigeren voor de prijsverhogingen als het fietsers, voetgangers en landbouwverkeer betreft. Wij hebben er voor gekozen om de exploitant van de veerpont, heer Paulus, uit te nodigen voor een gesprek. Op 18 januari heeft de heer Paulus toegelicht waarom en op welke manier hij de nieuwe tarieven heeft doorgevoerd. Hij heeft daarbij aangegeven dat hij zich niet heeft gerealiseerd dat hij vooraf toestemming had moeten vragen aan ons college, omdat hij van mening was geen tariefsverhogingen te hebben doorgevoerd. De heer Paulus doelde daarbij echter slechts op de tarieven voor enkele overtochten en niet op de 25- rittenkaarten. Uitdrukkelijk is in het gesprek aan de orde gekomen dat de gemeente inderdaad geen invloed heeft op de tarieven voor auto’s, vrachtverkeer, etc. Alleen betreffende fietsers, voetgangers en landbouwverkeer is toestemming van het college nodig. Onderstaande informatie betreft dus alleen deze categorieën. Hoewel op onderdelen sprake is van forse tariefsverhogingen (de 25-rittenkaarten zijn grofweg zo’n 18-20% duurder geworden ten opzichte van de eerder 40-rittenkaarten), ligt de zaak toch wat genuanceerder dan in eerste aanleg gedacht. De tarieven voor fietsers en voetgangers voor een enkele overtocht zijn (contractueel) de eerste twee jaar niet verhoogd en deze zijn ook nu niet verhoogd. De enkele ritprijs voor landbouwverkeer is per 1.1.2016 zelfs met € 0,20 verlaagd (hoewel men vanaf 1.1.2016 wel extra moet gaan betalen voor een aanhangsel zoals bv. een ploeg). De pijn zit hem echter in de omgerekende prijs per overtocht als klanten een 25- rittenkaart kopen. In de praktijk blijkt het aantal verkochte rittenkaarten voor fietsers echter minimaal. Volgens opgave van de heer Paulus betreft het slechts 35-40 fietsers die gebruik maken van zo’n kaart. Verder worden in de praktijk zeer weinig 25-rittenkaarten voor voetgangers verkocht (geschat op 5-10 voetgangers). Uitdrukkelijk heeft de heer Paulus aangegeven dat de meeste fietsers scholieren zijn, die gebruik kunnen maken van de scholierenjaarkaart. Deze kaart is ook nu niet verhoogd in prijs.’

De wethouder vervolgt: ‘Namens het college heb ik getracht om een voor beide partijen acceptabele oplossing te vinden. Uiteindelijk is tijdens een gesprek het voorstel eruit gekomen om de betreffende tarieven de komende drie jaar ongewijzigd te laten. Afgesproken werd dat de heer Paulus aan ons college de vraag zou voorgeleggen of het college bereid is alsnog in te stemmen met de tariefsverhogingen voor fietsers, voetgangers en landbouwverkeer onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de heer Paulus de betreffende tarieven tot en met het jaar 2018 ongewijzigd zal laten. Voor de goede orde: dit betekent dan dat deze tarieven (incl. de scholierenkaart) vijf jaar niet in prijs zijn verhoogd. Voor een eventuele verhoging van de tarieven na 2018 is vooraf toestemming nodig van het college. Dit uitgangspunt is nogmaals helder gemarkeerd en hier kan geen misverstand meer over zijn. Tevens is afgesproken dat een goedgekeurde jaarrekening 2014 zal worden overgelegd en dat voortaan jaarlijks een jaarrekening zal worden toegestuurd. Deze kan dan, vanuit het oogpunt van gegarandeerde continuïteit, jaarlijks worden doorgesproken.’

‘Inmiddels is het verzoek van de heer Paulus in onze collegevergadering van 2 februari 2016 besproken en wij hebben besloten akkoord te gaan met het verzoek, uiteraard onder de boven aangegeven voorwaarden.’

Wethouder met beide voeten in de klei

Foto op quad.1Afgelopen woensdag ging wethouder Hans Marchal met de LTO het buitengebied in. Er werd afgetrapt in Overlangbroek bij Cees-Jan Nell. Hier werd gesproken over de waterhuishouding in het gebied en de ‘natte voeten-problematiek’.

 

 

 

 

Daarna kreeg de wethouder een rondleiding bij landbouwbedrijf Willem van der Horst in Cothen en werd o.a. de nieuwe, vergrote stal bewonderd. Het werkbezoek werd afgesloten met een rondrit op een quad door de Bosscherwaarden. De LTO werkt aan een alternatief plan voor de herinrichting van de Bosscherwaarden en de wethouder kreeg hier op deze manier een voorproefje van.Foto bij Willem van der Horst